Certifying staff zweefvliegtuigen LVZC
Begeleiding lesgevers

Dit document bevat richtlijnen voor de lesgevers.
Voor alle vragen, opmerkingen of suggesties zend een mail aan  info@lbs.be

Inhoud

Context

Op dit moment is de functie Certifying Staff voor zweefvliegen een nationale bevoegdheid. Het DGLV heeft een overeenkomst met de KBAC om deze functie te beheren via een organisatiehandboek. Op dit ogenblik is het organisatiehandboek echter nog niet definitief goedgekeurd door het DGLV, vandaar dat het nog niet gepubliceerd is.

In 2019 zal een EASA-verordening van kracht worden die de functie certifying staff voor zweefvliegtuigen zal regelen. Vanaf dat moment zullen we moeten voldoen aan de EASA-voorwaarden. Deze verordening wordt nu “Part 66 Light” genoemd. Op de website van de EASA kan men een voorontwerp van deze regeling vinden, ze is bijgevoegd in bijlage. Een volledig overzicht van de regelgeving in verband met het onderhoud kan je vinden via deze link.

Definitie leerstof

De leerstof voor het behalen van de functie certifying staff is opgedeeld in modules.  Deze modules en de verschillend onderdelen ervan zijn beschreven in het paragraaf 7 van KBAC-organisatiehandboek.

In het ontwerp Part 66L is ook sprake van een opdeling in modules,
Nota: in Part 66 zijn er twee verschillende soorten modules: modules voor de bevoegdheden van de licentie certifying staff, en modules wat betreft de leerstof, beiden lopen niet gelijk.
De modules wat betreft de leerstof zijn vervat in appendix VII van de part 66 Light (p.38 in het document).  Zie ook “Modules Part 66L”.

Part 66L is nog niet van toepassing, we zijn dus niet gebonden aan de Part 66L, maar wel aan het KBAC-organisatiehandboek.  Nochtans geeft de Part 66L een zeer uitgebreid overzicht van de stof, en is het mijns inziens zeer nuttig om de punten vervat in leerstof van Part 66L zoveel mogelijk te behandelen.
Trouwens: het organisatiehandboek van de KBAC verwijst naar appendix VII van de Part 66L.


Kennisniveaus

Part 66 L bepaalt voor elk onderdeel van de leerstof een kennisniveau.  De kennisniveaus zijn beschreven in Appendix I van Part 66.  Ze zijn herhaald in deze file.
Dit is een zeer belangrijk punt, dat je als lesgever goed in het oog moet houden.  Leg de juiste nadruk, en stel de juiste prioriteiten in functie van het vereiste kennisniveau, voor elk van de onderdelen van de leerstof.

Doel van de cursus

  • In het organisatiehandboek staat het volgende:
    “Per module wordt er een klassikale vormingsdag georganiseerd zodat de kennis kan worden geverifieerd, zo nodig kan worden bijgewerkt ter voorbereiding van het examen”
  • Gezien de omvang van de leerstof is het onmogelijk om echte lessen te geven die de ganse stof behandelen.  De voorbereiding op het examen is dus 95% zelfstudie. Het enige wat mogelijk is gedurende de lessen is begeleiding en het behandelen van de allerbelangrijkste punten.


Houd daarom rekening met de volgende richtlijnen:

  • Schets de verschillende punten die moeten gekend zijn.  De modules van de Part 66L zijn hiervoor een goede richtlijn.

  • Benadruk het verwachtte kennisniveau voor elk onderdeel.

  • Geef een overzicht van het bestaande cursusmateriaal

    • Waar het materiaal vinden (links, referenties),
    • Overlopen van het lesmateriaal (niet van de eigenlijke stof),
    • Beoordeling van het materiaal.  Voorbeelden:
    • In welke mate is het materiaal aangepast aan het verwachtte kennisniveau (kan te veel of te weinig zijn)
    • Zijn bepaalde onderdelen verouderd?
    • Bevat het referenties naar zaken die voor ons niet van toepassing zijn (bv. formulieren, regels)
  • Behandelen van de vragen van de kandidaten, zie paragraaf “informatie aan de kandidaten”.

  • De rest van de beschikbare tijd kan ingevuld worden met het effectief geven van les.  Werk hiervoor “van buiten naar binnen”: behandel als eerste prioriteit algemene, belangrijke zaken en dan pas details.

Structuur van de opleiding

  1. Eerste dag inleiding / basiskennis.

  2. Één lesdag per module zoals beschreven in het organisatiehandboek.  Deze dagen worden georganiseerd op geruime tijd na de eerste dag, zodanig dat de kandidaten maximale tijd hebben voor zelfstudie.

  3. Ongeveer een maand na de laatste lesdag: theoretisch examen.

  4. Stageperiode gedurende één winter.

  5. Bekomen van de licentie certifying staff.

Informatie aan de kandidaten

Vóór de eerste lesdag krijgen de kandidaten een begeleidend schrijven.
Er wordt nadruk gelegd op

  • Het feit dat het voor 95% om zelfstudie gaat
  • Waar het lesmateriaal te vinden,
  • Hoe en hoe grondig studeren,
  • Het feit dat de lessen enkel een begeleiding zijn.

De kandidaten krijgen de kans om vragen te stellen.

Deze vragen moeten minstens een maand voor de lesdag gesteld worden via e-mail aan info@lbs.be,
zodat: de lesgever:
  • De kans heeft om het antwoord goed voor te bereiden,
  • Het tijdsplan van de lesdag te beheren.

Overzicht lesmateriaal

Via deze link vind je referenties naar allerhande lesmateriaal.
Deze link is ook toegankelijk voor de kandidaten.

Werkdocumenten

Via deze link vind je werkdocumenten, zoals uitgewerkte agenda's en powerpoints, gegeven op vormingsdagen.
Voor deze link heb je een paswoord nodig, te krijgen via info@lbs.be.