Certifying staff zweefvliegtuigen LVZC

Kennisniveaus

Voor alle onderdelen van de modules voorzien in appendix VII van het ontwerp voor Part 66L wordt een bepaald kennisniveau vereist.
De kennisnivezus zijn gedefinieerd in appendix I van Part 66.  Ze worden hieronder herhaald:

NIVEAU 1:  vertrouwdheid met de voornaamste elementen van het onderwerp

Doelstellingen:

  1. De aanvrager moet met de basiselementen van het onderwerp vertrouwd zijn.

  2. De aanvrager dient in staat te zijn een eenvoudige beschrijving van het hele onderwerp te geven, met gebruik van gewone woordenschat en voorbeelden.

  3. De aanvrager dient in staat te zijn om typische termen te gebruiken.




NIVEAU 2:  algemene kennis van de theoretische en de praktische aspecten van het onderwerp en de bekwaamheid om die kennis toe te passen.

Doelstellingen:

  1. De aanvrager moet de theoretische grondslag van het onderwerp kunnen begrijpen.

  2. De aanvrager moet een algemene beschrijving van het onderwerp kunnen geven door gebruik te maken van typische voorbeelden, naargelang het geval.

  3. De aanvrager moet wiskundige formules kunnen gebruiken, samen met fysische wetten om het onderwerp te beschrijven.

  4. De aanvrager dient schetsen, tekeningen en schema's die het onderwerp beschrijven, te kunnen lezen.

  5. De aanvrager moet zijn kennis op een praktische manier kunnen toepassen, met gebruik van gedetailleerde procedures.




NIVEAU 3:  gedetailleerde kennis van de theoretische en praktische aspecten van het onderwerp en de bekwaamheid om afzonderlijke elementen van kennis te combineren en toe te passen op een logische en complete wijze

Doelstellingen:

  1. De aanvrager dient de theorie van het onderwerp te kennen, evenals de onderlinge relaties met andere onderwerpen

  2. De aanvrager moet een gedetailleerde beschrijving van het onderwerp kunnen geven aan de hand van theoretische grondbeginselen en specifieke voorbeelden

  3. De aanvrager moet wiskundige formules m.b.t. het onderwerp kunnen begrijpen en gebruiken

  4. De aanvrager moet schetsen, eenvoudige tekeningen en schema's die het onderwerp beschrijven, kunnen lezen, begrijpen en gebruiken.

  5. De aanvrager moet in staat zijn om zijn kennis op een praktische wijze toe te passen, gebruik makend van de instructies van de fabrikant

  6. De aanvrager dient in staat te zijn om resultaten van verschillende bronnen en metingen te interpreteren en, waar nodig, corrigerende maatregelen toe te passen